Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Amsterdam vanuit de lucht
Bastiaan Jongerius

Amsterdam vanuit de lucht

In het laatste deel van een serie over Amsterdammers en hun favoriete plek, brengt architect Bastiaan Jongerius (51) een ode aan de stad vanaf de A’DAM Toren.

“Toen ik 1988 studeerde in Milaan viel het mij op dat veel publieke ruimtes op de hoogste verdiepingen liggen. Je zag er veel restaurants en clubs op de daken, waar de bewoners hun stad van boven beleefden. Pas de laatste jaren zie je deze ontwikkeling ook in Amsterdam en zijn er ook hier meer openbare plekken waar je de stad van bovenaf kunt bewonderen, zoals de A’DAM Toren, de Skylounge van het Double Tree Hilton en Floor 17 van het Ramada Hotel in West. De stad is het mooiste van boven gezien en dat kan ook figuurlijk: aan de tekentafel kan ik uren boven de stad uitwaaieren, zwevend als een vogel.”

“Vanuit de lucht zie je pas goed hoe Amsterdam sinds het ontstaan uit verschillende stedenbouwkundige lagen is opgebouwd. Als de jaarringen op de doorsnee van een boomstronk. Elke tijd heeft zijn eigen architectuur, van de eerste dijkhuizen en de pak- en koopmanshuizen van de grachtengordel tot de stadsuitbreidingen met de Amsterdamse School en het vooroorlogse Amsterdams Uitbreidingsplan in West, tot de meer recente ontwikkelingen van de Oostelijke Eilanden. Amsterdam is echt een stad van stedenbouw. Het A.U.P wordt nog maar matig gewaardeerd, terwijl het in structuur en opbouw van een enorme schoonheid is. De bouwtekeningen van stedenbouwkundig ontwerper Cornelis van Eesteren lijken in kleur- en lijnvoering op de schilderijen van Mondriaan.”

Iconen van hun tijd
“Het is jammer dat veel van wat we nu lelijk vinden gesloopt wordt, terwijl het ook iconen in hun tijd zijn, die bij de stad horen, zoals het Wibauthuis van Norbert Gawronski en het Maupoleum van Piet Zanstra in de Jodenbreestraat. Over twintig jaar hadden we ze vast weer wél mooi gevonden. Bovendien is het duurzamer om dit soort gebouwen op te poetsen als een paar schoenen, dan ze te slopen en er iets nieuws neer te zetten. Natuurlijk zijn er ook genoeg spuuglelijke gebouwen in de stad die een minder iconische betekenis hebben voor Amsterdam, zoals de galerijflats op Kattenburg of het gebouw van Rem Koolhaas naast de ingang het Vondelpark. Dat gebouw van grijs geglazuurde baksteen had net zo goed in Zandvoort, Zoetermeer of Emmen kunnen staan, het heeft niks met Amsterdam te maken. En het is zo enorm grof. Als architect vind ik het belangrijk om bij een modern ontwerp rekening te houden met het verhaal van een straat, met de belijning van de panden in de omgeving.”

“Amsterdam heeft mooie parken, maar de natuur zou hier meer ruimte moeten krijgen. Wereldsteden als Barcelona, Stockholm of Wenen combineren intensieve stedenbouw met natuur. Bij het ontwikkelen van nieuwe bouwprojecten wordt in Amsterdam nog te vaak naar het hoogste grondbod gekeken, in plaats van naar ontwerp en duurzaamheid. De overheid zou wel meer moeten sturen op kwaliteit."

Biodiversiteit
“Samen met Ronald Janssen Architecten begin ik deze zomer aan de bouw van duurzame woningen aan de Groenmarktkade, vroeger de plek waar groenten werden verhandeld. Met dit project, dat in 2018 klaar moeten zijn, willen we de biodiversiteit in Amsterdam helpen bevorderen. Aan de gevels en op de daken komt veel groen, met ruimte voor insecten en vogels. Op het dakterras wordt een duinlandschap gecreeërd, met een natuurzwembad, plantenkassen, zonneboilers en regenwater dat wordt opgevangen en gespreid teruggegeven.”

“Mijn vrouw en ik hebben drie kinderen. Toch wilden we nooit uit Amsterdam weg, de stad heeft zo veel te bieden, ook voor kinderen. Raakvlakken met de natuur misten we wel en daarom hebben we een vakantiehuis in Groet, aan de rand van het bos, de duinen en de zee. Daar laden we in de weekends op voor het stadsleven. Zo combineren we het beste van twee werelden.”

Hoogbouw 
Eind jaren zestig verrees aan de noordelijke IJoever de 79 meter hoge Shelltoren, destijds één van de hoogste civiele gebouwen van Amsterdam. Architect Arthur Staal (1907-1993) kreeg de opdracht van Royal Dutch Shell en ontwierp een toren die diagonaal op de oever rust, waaraan het gebouw zijn oorspronkelijke naam dankt: Toren Overhoeks. In 2012 is het pand ingrijpend gerenoveerd naar ontwerp van onder meer Felix Claus.

Arthur Staal leerde het vak vooral van zijn vader Jan Frederik Staal (1879-1940). Staal senior is verantwoordelijk voor het ontwerp van de eerste wolkenkrabber van de stad. Dit 12-verdiepingenhuis is veertig meter hoog en bijzonder gelegen in Plan Zuid: het gebouw markeert de splitsing van de Vrijheidslaan in de Churchill- en Rooseveltlaan. De Amsterdamse Bouwverordening verbood destijds de bouw van deze hoogte, maar maakte een uitzondering op grond van cruciaal stedenbouwkundig belang. Amsterdam was altijd terughoudend met hoogbouw, maar de afgelopen jaren groeit het aantal (geplande) torens. Wel gelden strenge regels voor hoogbouw vanwege de radar van Schiphol en de Unesco Werelderfgoedstatus van de grachtengordel. Eén ding is zeker, met plannen zoals de Sluisbuurt zal de skyline van de stad hoe dan ook gaan veranderen.

 

Dit verhaal verscheen in de rubriek 'I Love Amsterdam' in Het Parool van 10 maart 2017. Tekst: Sara Luijters, beeld: Charlotte Odijk

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers