Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Rusthuis Van Zweden
Ko van Geemert

Rusthuis Van Zweden

Het oudste adresboek uit 1887 maakt op dit adres melding van joodse bewoners van stand: de arts Hijman Pop, Zadok Bonnist, zakkenhandelaar, de commissionair Goudeket. Drogist Alexander Polak, geboren in 1855, woont omstreeks de (vorige) eeuwwisseling in het bovenhuis, in de Jodenbreestraat 49 heeft hij zijn winkel, tegenover het huidige Kruidvat. Midden in het hart van de Jodenbuurt met zijn vele diamantwerkers heeft Polak zich gespecialiseerd in diamantwerkers-cement, kruiden en chirurgische instrumenten, aldus een advertentie in het telefoonboek van 1900. De laatste bewoner van het benedenhuis voor de oorlog is de antiquair Emanuel Duits met vrouw en dochter. De dochter vertrekt in 1938 naar Buenos Aires, haar ouders worden in 1943 vermoord in Sobibor.

 Het oorlogsverhaal begint met de inschrijving van de 26-jarige verpleger Hartog van Zweden in 1934, samen met die van Hartog Polak, Nathan Haring en Abraham Mol, joodse mannen van boven de 70. Een jaar later zijn dat er al zestien, gevolgd door dertien mannen in 1936, het topjaar 1937 kent achttien ingeschreven ouderen. Ze dragen fraaie achternamen als Komkommer en Druif, Hartloper en Platvoet.

 In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog blijkt Plantage Parklaan 6 een tijdelijk opvanghuis voor in totaal zo’n honderd oudere joodse mannen te zijn. Het bovenhuis is voor velen hun laatste adres, voor anderen een doorgangshuis. Van en naar inrichtingen wel te verstaan, zoals het Joods Psychiatrisch Ziekenhuis Het Apeldoornsche Bos. De mannen zijn niet alleen oud, maar hebben ook psychiatrische klachten. Gezien hun hoge leeftijd is het niet verwonderlijk dat in totaal zo’n 32 mannen na enkele maanden in huis komen te overlijden.

Tijdens de oorlog blijft het een komen en gaan van deze mannen, nog steeds onder de bezielende leiding van Hartog, die samen met vrouw en kind op de tweede etage woont. Plus nog de nodige dienstmeisjes. Misschien ligt het aan de nabijheid van het Psychiatrisch Consultatie Bureau van de Joodse Raad dat in de oorlog drie huizen verderop, op nummer 9, gevestigd is. Misschien is er sprake van een wonderlijk toeval. In elk geval bleven de bewoners tot begin 1943 gevrijwaard van deportatie. Voor elf mannen betekent dit dat zij hun laatste levensdagen in de oorlogsperiode ‘40-‘42 ongemoeid hebben kunnen slijten. De tijdelijke bewoner Eduard Staal, 90 jaar en een bekende boekverkoper uit de Staalstraat, sterft in doorgangskamp Westerbork. Zesendertig bewoners komen om in de kampen. Ten slotte wordt verpleger Hartog van Zweden met zijn gezin in maart 1943 naar Westerbork gedeporteerd; in januari 1945, twee weken voor de bevrijding van Auschwitz, komt daar een einde aan zijn leven. Van eenderde van de namenlijst is verder niets bekend, mogelijk heeft een aantal van hen elders de oorlog overleefd.

 Na de oorlog, najaar ’45, komen mijn moeder Hettie, vader Joop en zusje Herma hier wonen, op de tweede etage. Mijn vader overleed in 1973, mijn moeder in 2005, de laatste jaren sleet ze in het nabijgelegen Sarphatihuis. Ik werd hier in 1950 geboren en heb Plantage Parklaan 6 nooit verlaten.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers