Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Een monument voor een gelukkige jeugd.
Jan Eric Remmelts

Een monument voor een gelukkige jeugd.

Een korte geschiedenis van de familie Remmelts die van 1957 tot 2009 woonde in Ter Haarstraat 11 3-hoog. Geen monument dat op de kaart staat, maar wel een monument voor mijn jeugd.

Mijn vader en moeder kwamen in 1953 naar Amsterdam. Mijn vader (Anno Remmelts 1926-1999) kwam uit Oud Avereest en mijn moeder Leny Remmelts - Bijvoets (1925-2014) uit Rotterdam. In die tijd was het erg moeilijk om een baan te vinden. Mijn vader had jaren als marconist gevaren voor Radio Holland en wilde na het huwelijk niet meer op reis. Mijn moeder kende via haar werk iemand die in Amsterdam bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid werkte. Het SFB was toen net opgericht en zat aan het Waterlooplein. Mijn vader kreeg daar een baan en daarom zijn ze naar Amsterdam gekomen. Eerst woonden ze op een kamer van 4 bij 4, bij de familie Baardwijk op de Rooseveltlaan 74 - 1 hoog. Daar ben ik in 1954 geboren. Het was een geluk dat we niet gelijk weg moesten, want de andere kamerbewoners hadden overlast van mijn gehuil.

Kort na mijn geboorte kregen we via het SFB een gloednieuw huis in de Frits Conijnstraat 8 - 2 hoog aangeboden. Dat was in eerste instantie een verademing. Van één kamertje naar een mooie flat. Helaas was mijn moeder er erg ongelukkig. Zij was geboren en getogen in Rotterdam. Ze had daar de hele oorlog meegemaakt en had altijd tussen de mensen gewoond. In Nieuw West was het vreselijk stil en, omdat het een wijk in aanbouw was, leek het net een grote zandbak. Ze werd er depressief van en had vreselijke heimwee. Bij de bakker hoorde ze dat deze een woning aangeboden had gekregen in Oud West, maar daar wilde hij niet wonen omdat het te ver van de bakkerij lag. Dus stelde mijn moeder gelijk voor om te ruilen. Dat was geen probleem. Met mijn oma is ze gaan kijken naar de woning in de Ter Haarstraat 11 - 3 hoog. Het was veel kleiner en veel minder luxe dan wat ze hadden, maar mijn moeder was gelijk verliefd op de buurt en het huis. We hadden drie kamers, een zolderkamer en een deel van de zolder. Op 17 december 1957 zijn we verhuisd.

Het was een verlossing voor mijn moeder. De straat had toen nog een kruidenier, een fietsenstalling, een groentewinkel, een kapsalon, een dierenwinkel, een kleuterschool, het Juliana ziekenhuis en een veiling op de hoek. In de Bilderdijkstraat zat een Vroom en Dreesman en nog veel meer winkels en bedrijven. Volop leven en gezelligheid in een heerlijke buurt. Mijn moeder en mijn vader waren direct dolgelukkig. Ik mocht gelijk komen spelen in de tuin van kapsalon Hollewijn die beneden ons zat. Iets verderop was het Bellamyplein met een pierenbadje en de kleuterschool was in de straat. Door de jaren heen veranderde de buurt. Iets wat overal is gebeurd. Winkels  sloten, het ziekenhuis werd afgebroken en zelfs Vroom en Dreesman verdween. Het werd iets saaier. Toch bleef het een unieke buurt. Uiteindelijk heeft mijn moeder er  formeel tot 7 juli 2010 gewoond. Mijn vader is in 1999 op de zolder gestorven aan een hartaanval. Hij werd door  de brandweer met een ladder, op een brancard, door het raam naar buiten getild. Mijn moeder is in 2009 naar een verzorgingshuis gegaan nadat ze in de keuken was gevallen. Zij werd  eveneens als een zwevende engel naar beneden getild. Een hoop mensen, die ik geen van allen kende, stonden te kijken. Ze was daarna niet meer in staat om zelfstandig te wonen en is nooit meer in het huis geweest. 

Dit betekende het einde van een tijdperk. Het huis was klein, maar er waren altijd mensen op bezoek, de deur stond voor iedereen open. We hebben er gelachen, gehuild, lief en leed gedeeld en bovenal gelukkig geleefd. Het bijzondere was dat niemand van de familie begreep waarom ze er bleven wonen. Het advies was om een groter huis te kopen of te huren door bijvoorbeeld naar Almere te gaan. Niemand begreep hoe je in de drukke stad kon wonen en toch zo gelukkig kon zijn. Zij wisten het wel. Na een lange tijd opgeruimd te hebben heb ik op 2 juli 2010 na 52 jaar en zes maanden de sleutel ingeleverd bij een mevrouw van Stadgenoot. Voordat zij kwam heb ik in het lege huis zitten denken aan de geesten uit het verleden. De familie Blokker, Roelvink, de Haas, Westerling, Botterman, Mersman, Bolle, van Os, Anema, Martha, Guus, Sander en nog tientallen anderen. Aan de warme zomeravonden met stoeltjes op straat, aan de ruzies, het plezier, aan het vuurwerk en aan nog zoveel meer.

De woning is ondertussen verbouwd en er woont een aardig gezin met twee kinderen. Een deel van de zolder is erbij getrokken en het is een soort maisonnette geworden. Natuurlijk woon ik zelf ook nog steeds in Amsterdam en mijn vrouw en ik komen bijna wekelijks naar Oud-West. Even boodschappen doen en koffiedrinken bij een van de vele nieuwe eetgelegenheden die als paddenstoelen uit de grond springen. Het is leuk om te zien dat de buurt opeens hip is geworden. De moeders met bakfietsen rijden af en aan en het schijnt dat de woningen, die echt niet groter zijn geworden, ongeveer een kwart miljoen kosten. Wij konden het hele pand in de zestiger jaren voor 10.000 gulden kopen, maar dat durfde mijn vader niet. Dat was veel te duur.

Terugkijkend denk ik dat mijn ouders hipsters avant la lettre zijn geweest. Zij zagen toen al wat een bijzondere straat de Ter Haarstraat in Oud West was. De Ter Haarstraat 11 is geen officieel monument en staat niet op TripAdvisor, maar het is mijn monument voor een fantastische jeugd in een fantastische buurt en een fantastisch leven van mijn ouders. Hopelijk krijgt het daarom een waardige plek op de Stadsmaquette.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers